Blijf op de hoogte

Gepubliceerd 21 maart, 2019 bericht


Lichte versnelling van de totale inflatie in 2018 in België

In 2018 bedroeg de totale inflatie gemiddeld 2,3 % ten opzichte van 2,2 % in 2017. Die lichte versnelling van het prijsstijgingstempo is voornamelijk te verklaren door de stijging van de inflatie van levensmiddelen, die niet werd gecompenseerd door een daling van de energie- en diensteninflatie. Dat blijkt uit het Jaarverslag 2018 van het Prijzenobservatorium.

In vergelijking met een jaar voordien lagen de consumptieprijzen voor bewerkte levensmiddelen (tabak en alcoholische dranken inbegrepen) in 2018 3,4 % hoger.

Bijna twee derde van de inflatie voor bewerkte levensmiddelen is het gevolg van de hoge inflatie voor tabak (met name door de verhoging van de accijnzen op 1 januari 2018) en voor zuivelproducten.

Peter Van Herreweghe, directeur van het Prijzenobservatorium

In 2018 was de gemiddelde totale inflatie in onze voornaamste buurlanden meer gestegen dan in België, wat de vermindering van het inflatieverschil tussen België en de buurlanden tussen 2017 en 2018 verklaart. Terwijl in 2017 dat verschil 0,77 procentpunt bedroeg ten nadele van België, was het in 2018 bijna gehalveerd. Bijna driekwart van het totale inflatieverschil tussen België en zijn belangrijkste buurlanden is toe te schrijven aan energie en bewerkte levensmiddelen.

307182 600x1152 nl 1a106e original 1553093429

De inflatie voor energieproducten daalde in 2018, maar bleef hoog

Na sterke prijsdalingen en een stabilisatie in 2016 werd de inflatie voor energieproducten in 2017 terug positief (gemiddeld 9,9 %). In 2018 vertraagde de inflatie echter (gemiddeld 8,9 %) door de minder uitgesproken stijging van de elektriciteitsprijzen, maar bleef ze op een hoog niveau gezien de versnelling van de inflatie voor alle andere productgroepen.

De sterke vertraging van de inflatie voor elektriciteit het afgelopen jaar, tot gemiddeld 2,2 % (7,9 % in 2017), was voornamelijk het gevolg van de afschaffing op 1 januari 2018 van de bijkomende taks die in het Vlaamse Gewest is opgenomen in de bijdrage voor het Energiefonds. Bij constant gehouden belastingen (zonder deze afschaffing) zou de inflatie voor elektriciteit in 2018 7,2 % hebben bereikt, als gevolg van de stijging van de kosten van de zuivere energiecomponent. De stijging van de elektriciteitsprijs op de groothandelsmarkt kan onder meer worden verklaard door de toegenomen prijzen van energiegrondstoffen (olie, gas en steenkool), door de aanzienlijke stijging van de prijs van CO2-certificaten en door de onzekerheid over de elektriciteitsbevoorrading in de winter 2018 na de aankondiging dat de meeste Belgische kerncentrales niet beschikbaar zouden zijn.

Wat de elektriciteits- en gasfacturen betreft, zijn er gewestelijke verschillen als gevolg van de verschillen in nettarieven en taksen. In 2018 bedroeg de totale jaarfactuur voor elektriciteit van een doorsnee huishouden gemiddeld 1.040 euro. In Brussel was de factuur 15,6 % lager dan in Wallonië en 22,7 % lager dan in Vlaanderen. Voor gas bedroeg de totale jaarfactuur voor een standaardhuishouden in 2018 gemiddeld 1.368 euro. De factuur was het laagst in Vlaanderen, waar de consument 9,6 % minder betaalde dan in Brussel en 17,9 % minder dan in Wallonië.

Tussen 2010 en 2018 stegen de prijzen van kinderopvang en woonzorgcentra sneller in belgië dan in de buurlanden

De voorbije acht jaar droeg het prijsverloop voor sociale bescherming er elk jaar toe bij dat het inflatieverschil met de buurlanden op het vlak van diensten groter werd ten nadele van België. Hoewel het inflatieverschil tussen België en zijn buurlanden vóór 2017 nooit meer dan 1 procentpunt bedroeg, nam het in 2017 aanzienlijk toe tot 4,6 procentpunt. Zo was sociale bescherming goed voor 15 % van het gecumuleerde inflatieverschil in de dienstensector tussen 2010 en 2018, na restaurants en cafés en telecommunicatiediensten.

Dat inflatieverschil wordt verklaard door het hogere gewicht van de sociale bescherming in België en door de snellere stijging van de prijzen in deze categorie in België.

Peter Van Herreweghe, directeur van het Prijzenobservatorium

Daarom besliste het Prijzenobservatorium de werking van de sector voor sociale bescherming te analyseren, en meer in het bijzonder kinderopvang en woonzorgcentra.

Het merendeel van de kinderopvang voor baby's en peuters van 0 tot 3 jaar in België wordt gesubsidieerd door de gemeenschappen. Die opvangvoorzieningen zijn verplicht hun prijzen vast te leggen volgens een jaarlijks geïndexeerd barema en op basis van het netto-inkomen van het gezin. In 2018 lag het dagtarief tussen 5,15 euro en 28,59 euro in de Vlaamse Gemeenschap, en tussen 2,50 en 35,37 euro voor de Federatie Wallonië-Brussel.

In België worden alle bevoegdheden inzake huisvesting en opvang van ouderen geregeld door de gefedereerde entiteiten. Daarnaast is elke gefedereerde entiteit verantwoordelijk voor de programmatie van de bedden. De verblijfsprijs varieert volgens het type kamer en de bijbehorende diensten. Naast de verblijfskosten kunnen ook supplementen worden aangerekend voor extra goederen of diensten. De prijzen kunnen dan ook sterk schommelen naargelang de diensten en de gewesten.

Zowel in België als in de buurlanden worden kinderopvang en woonzorgcentra gekenmerkt door een belangrijke mate van overheidsinterventie. Bedoeling hiervan is om diensten van algemeen nut tegen een betaalbare prijs in stand te houden en tegelijk de beschikbaarheid van een toereikend en kwalitatief aanbod te waarborgen, zo benadrukt het verslag verder. Het verschil in prijsverloop tussen België en de buurlanden is dan ook voor een groot deel te wijten aan diverse aanpassingen in de prijsreglementering.

Contactinformatie

Contactpersonen
Adres

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel