Na een periode van sterke stijgingen, stabiliseerden de consumptieprijzen voor bewerkte levensmiddelen in 2024. De rendabiliteit van de voedingsindustrie verbetert sinds 2023 in het algemeen. Maar ze blijft zwak in bepaalde sectoren zoals in de vleessector, terwijl ze onder druk blijft staan in de retail. Dat blijkt uit de analyse van de prijzen en marges in de voedingssector door het Prijzenobservatorium van de FOD Economie. Deze jaarlijkse studie, die nu voor de derde keer wordt gepubliceerd, kwam er in het kader van de taskforce agrovoeding, om de transparantie in de voedselketen te vergroten tegen de achtergrond van stijgende grondstofprijzen.
De inflatie in België daalde in 2024, zowel voor bewerkte levensmiddelen zonder tabak en alcohol (inflatie van 1,9 %) als voor niet-bewerkte levensmiddelen (2,6 %). Ze lag echter hoger dan in de buurlanden voor vlees en groenten. Het gaat echter vooral om een inhaalbeweging, aangezien de consumptieprijzen voor vlees en groenten in België de afgelopen jaren minder snel stegen dan in de buurlanden.
Bovendien verhult de dalende trend van de prijzen voor landbouwgrondstoffen in 2024 de prijsstijgingen van cacao, koffie en zuivelproducten. De industriële prijzen gingen in 2024 de hoogte in, vooral in die drie sectoren, maar die stijgingen zijn nog niet zichtbaar in de consumptieprijzen.
Naast de inflatie van 2024 komt in deze studie ook het verloop van de marges in de voorgaande jaren aan bod.
Voor de landbouw zou de rendabiliteit in 2023 moeten verbeterd zijn (volgens een raming op basis van verschillende prijsindexcijfers, gezien de officiële boekhoudkundige gegevens nog niet beschikbaar zijn). Die vaststelling verbergt echter verschillen tussen de diverse sectoren. Zo was er in 2023 een verbetering van de rendabiliteit voor fruittelers en varkens- en pluimveehouders. De rendabiliteit van akkerbouw en melkproducenten daarentegen daalt na de goede resultaten van 2022.
In 2023 daalde de marge in de drankenindustrie, maar verbeterde de winstgevendheid in de meeste sectoren van de voedingsindustrie, met in het bijzonder sterke margeverhogingen in de aardappelverwerking en de suikerproductie. Uit de analyse blijkt dat de margestijging sterker was voor exportbedrijven dan voor bedrijven die uitsluitend afhankelijk zijn van de binnenlandse markt. Bovendien bleef de marge in sommige sectoren, zoals de verwerking van vlees, relatief laag.
In de retail woog de slechte prestatie van één speler op het algemene resultaat van de sector, die in 2023 opnieuw een margedaling liet optekenen. Zonder rekening te houden met die onderneming, verbeterde de nettomarge van de grote ondernemingen in 2023 licht ten opzichte van 2022, maar bleef ze onder het niveau van de voorgaande jaren (2018-2021). Wat de kleine en middelgrote ondernemingen betreft, ging de marge tussen 2022 en 2023 erop vooruit. Bovendien leed een groot deel van de ondernemingen in de retail in 2023 een operationeel verlies (oftewel 23,83 % onder hen).
De marge voor 2024 werd geschat op basis van een model dat rekening houdt met het verloop van prijzen en kosten.
In het merendeel van de negen onderzochte sectoren, zou de marge in de industriële schakel in 2024 licht moeten verbeterd zijn (ten opzichte van 2023), zoals in de varkensvlees-, vleeswaren-, meel- en chocolade-industrie. Daarentegen zou de marge in de zuivel-, suiker- en broodindustrie afgenomen zijn.
De inschattingen van deze studie voor 2024 moeten uiteraard nog worden bevestigd door boekhoudkundige gegevens. Daarom blijft het Prijzenobservatorium van de FOD Economie de prijzen en marges in de voedingssector opvolgen en analyseren.