In 2024 liep 14,8 % van de huishoudens het risico op “gemeten energiearmoede”. Dat zijn huishoudens die een aanzienlijk deel van hun beschikbare inkomen aan hun energierekeningen besteden. In totaal dreigt bijna één op de vijf huishoudens (19,7 %) om zonder voldoende warm water, verwarming of elektriciteit te moeten leven.
Je woning degelijk verwarmen, je rekeningen betalen of essentiële uitgaven moeten beperken ... dat zijn vandaag de dagelijkse zorgen van veel gezinnen. Zij leven in energiearmoede, wat betekent dat ze geen of onvoldoende toegang hebben tot essentiële energiediensten zoals verwarming, warm water, koeling, verlichting of energie voor apparaten.
Tot voor kort was het moeilijk om energiearmoede betrouwbaar en transparant te meten. Daarom publiceert de FOD Economie nu voor het eerst officiële gegevens gebaseerd op drie kernindicatoren. Ze zijn ontwikkeld op basis van de SILC-enquête van Statbel en geïnspireerd op de Barometer van de energiearmoede van de Koning Boudewijnstichting.
- het gemeten risico op energiearmoede: het percentage huishoudens dat een onevenredig groot deel van hun inkomen uitgeeft aan de betaling van elektriciteit, gas of verwarming, ten koste van hun welzijn. In 2024 gold dat voor 14,8 % van de huishoudens;
- het risico op verborgen energiearmoede: huishoudens die hun energieverbruik vermoedelijk beperkten tot onder hun basisbehoeften. Dat was het geval bij 2,6 % van de huishoudens;
- de subjectieve energiearmoede: huishoudens die in de SILC-enquête aangegeven hebben dat zij hun woning in de winter onvoldoende warm kunnen houden (om financiële redenen). In 2024 ging het over 4,1 % van de huishoudens.
Wanneer we die drie categorieën samen bekijken, blijkt bijna een op de vijf huishoudens (19,7 %) kwetsbaar te zijn voor ten minste één vorm van energiearmoede. Vooral werklozen, eenoudergezinnen en alleenstaanden lopen een groter risico.
Uit de analyse blijkt ook dat de huishoudens met een risico op energiearmoede, gemiddeld dubbel zoveel van hun inkomen aan energie besteden als het nationale gemiddelde: 13,6 % tegenover 6,2 %. Ook de kwaliteit van de woning speelt een grote rol. Wie in een slecht geïsoleerde of verouderde woning leeft, loopt veel meer kans om in energiearmoede terecht te komen.
In de analyse kwamen nog meer interessante cijfers naar voor. Op de website van de FOD Economie vind je nog meer cijfers over de relatie tussen energiearmoede en inkomen, sociale uitsluiting of materiële en sociale deprivatie.
De publicatie van die indicatoren sluit aan bij het koninklijk besluit van 19 april 2024, dat een kader vastlegt om het aantal huishoudens te evalueren dat moeilijkheden ondervindt om toegang te krijgen tot betaalbare en voldoende energie. Met die gegevens kunnen we niet alleen de toestand objectiveren, maar ook de evolutie ervan in de tijd volgen. Ze zijn het resultaat van een nauwe samenwerking tussen de FOD Economie, de FOD Sociale Integratie en organisaties die gespecialiseerd zijn in de strijd tegen energiearmoede.