In 2025 is de gemiddelde totale inflatie teruggevallen tot 3,0 % in België. Voor zowel energie, levensmiddelen, diensten als industriële producten nam de inflatie af. In Duitsland en Frankrijk kwam de inflatie lager uit, in Nederland lag ze even hoog als in België. Dat blijkt uit het Jaarverslag 2025 van het Prijzenobservatorium.
In 2025 bedroeg de totale inflatie gemiddeld 3,0 % in België. Doorheen het jaar nam de totale inflatie af. In het eerste kwartaal bedroeg ze nog 4,6 % om daarna te dalen tot 2,4 % in het vierde kwartaal.
De totale inflatie in België lag hoger dan in Duitsland (2,3 %) en in Frankrijk (0,9 %). In Nederland lag de totale inflatie even hoog als in België. Het verschil in totale inflatie met Frankrijk en Duitsland was voornamelijk te wijten aan een verschil in energie-inflatie.
De hogere energie-inflatie in België had voornamelijk te maken met de sterke prijsstijgingen op jaarbasis voor gas en elektriciteit.
De hoge inflatie voor gas (+9,3 %) en elektriciteit (+13,5 %) in België had voornamelijk te maken met drie factoren:
- de toename op jaarbasis van de groothandelsprijzen voor gas en elektriciteit;
- de verhoging van de netwerktarieven;
- een methodologische factor gelinkt aan de opwaartse impact van het wegvallen van de steunmaatregelen die tijdens de energiecrisis werden genomen.
De hoge inflatie voor aardgas kan enigszins genuanceerd worden: in vergelijking met de voornaamste buurlanden is de gemiddelde aardgasfactuur voor de consument het laagst in België. Wat elektriciteit betreft, is enkel Duitsland duurder dan België.
Ondanks een afname van de grondstoffenprijzen voor levensmiddelen blijft de inflatie voor bewerkte levensmiddelen hoog
De grondstoffenprijzen voor bewerkte levensmiddelen daalden in 2025 met 12,6 %, wat leidde tot een daling van de afzetprijsindex in de voedingsindustrie.
Doorheen de productieketen bleven de consumptieprijzen van bepaalde bewerkte levensmiddelen op jaarbasis echter stijgen. Dat was het geval voor zuivelproducten, gebak en chocolade, door de vertraging in de prijstransmissie.
De inflatie van bewerkte levensmiddelen (exclusief alcoholische dranken en tabak) kwam in 2025 uit op 2,9 %, wat hoger is dan de gemiddelde inflatie voor de coronaperiode.
Daarnaast is de inflatie van bijvoorbeeld rundvlees in 2025 sterk gestegen (+11,3 %), voornamelijk als gevolg van de sterk gestegen producentenprijzen voor runderkarkassen door een onevenwicht tussen vraag en aanbod.
De inflatie voor diensten en niet-energetische industriële goederen blijft afnemen na een periode van sterke stijging
Het prijsstijgingstempo voor diensten nam in 2025 verder af tot 3,7 %, na de piek van 6,3 % in 2023. Die vertraging werd voornamelijk veroorzaakt door een afname van de inflatie voor woninghuur, herstelling en onderhoud van privévoertuigen en restaurants en cafés. De diensteninflatie blijft, ondanks de daling, echter hoog en is de belangrijkste drijvende kracht van de totale inflatie geworden. Dat is grotendeels het gevolg van de loonevolutie de afgelopen jaren. De loondruk op de dienstenprijzen leek in 2025 echter af te nemen.
De consumptieprijzen voor de niet-energetische industriële goederen (NEIG) lagen gemiddeld op hetzelfde niveau als in 2025. Er was weinig prijsdruk en de meeste indicatoren in de stroomopwaartse productieschakels (energieprijzen, grondstoffenprijzen en fabrieksprijzen) lieten een vrij stabiele prijsevolutie zien. Bovendien heeft ook de appreciatie van de euro ten opzichte van de belangrijkste handelspartners een positieve invloed gehad op de evolutie van die consumptieprijzen.